In de media: Fitheid van belang voor jongeren met een chronische ziekte

Het vermoeden bestond in de medische wereld al langer, een onderzoek van het UMC Utrecht in samenwerking met de Hogeschool Utrecht en De Hoogstraat Revalidatie zorgde voor de bevestiging. Fitheid is belangrijk voor gezonde vaten bij jeugd met een chronische ziekte, zo luidt de conclusie. De resultaten werden begin april gepubliceerd in de European Journal of Preventive Cardiology.

Groot onderzoek

ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en Zorginnovatie, startte vier jaar terug met een sportprogramma. “Dat is echt heel groot en breed”, zegt onderzoeker dr. Tim Takken van het Kinderbewegingscentrum van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht, dat onderdeel is van het UMC.

“Het is de bedoeling om te kijken naar de relatie tussen sport en vitaliteit, dit project maakt daar onderdeel van uit. De vraag wat sport en bewegen nu eigenlijk precies kunnen doen voor chronisch zieke kinderen kwam vanuit het werkveld. We dachten altijd wel dat er een positief verband was. Maar zorgverzekeraars zeiden: laat eerst maar eens zien dat het inderdaad zo is. Vanuit die optiek zijn we hieraan begonnen.”

Samenwerking in consortium
Het project kreeg een subsidie van een half miljoen euro. Takken: “Dat is zeer behoorlijk.” Geldschieters waren onder meer de olympische sportkoepel NOC*NSF, het ministerie van VWS en de Stichting Innovatie Alliantie. Takken behoorde namens het Wilhelmina Kinderziekenhuis tot de initiatiefnemers, er werd in een consortium samengewerkt met enkele sportbonden zoals voetbalbond KNVB, Onbeperkt Sportief (inmiddels opgegaan in Kenniscentrum Sport), Only Friends en de Stichting Fitkids.

“We hebben de gegevens van 140 kinderen met een chronische aandoening vergeleken. Het ging om kinderen tussen de 8 en 18 jaar. Bij chronisch moet je denken aan hart-, longen- en hersenaandoeningen, aan bijvoorbeeld spastische kinderen of met een open ruggetje.”

In het onderzoek werd de samenhang bestudeerd tussen algemene fitheid, heupomtrek, BMI, percentage lichaamsvet en de stijfheid van de vaten

In Nederland bestaan geen cijfers over de grootte van deze groep. “Daar kijken we wel naar in samenwerking met het RIVM. Maar het is wel moeilijk vast te stellen. Want ouders kunnen de vraag of hun kind een chronische aandoening heeft bevestigend beantwoorden en dan blijkt het vervolgens om zoiets als eczeem te gaan.”

Controlegroep
In het onderzoek werd de samenhang bestudeerd tussen algemene fitheid, heupomtrek, BMI, percentage lichaamsvet en de stijfheid van de vaten. “Het bestond uit twee delen. Eerst hebben we gekeken naar de verschillen tussen chronisch zieke kinderen die wel of niet aan sport deden. Bij het tweede deel boden we de kinderen die niet aan sport of bewegen deden een beweegprogramma aan en hebben we gemeten en welke mate ze fysiek vooruit gingen. Ze volgden om te beginnen acht weken een intensief programma van intervaltraining, om hun conditie op te vijzelen. Daarbij moet je je voorstellen dat ze telkens in bijvoorbeeld dertig seconden echt diep moesten gaan, om dan te herstellen en vervolgens weer diep te gaan en zo aan aantal keren achter elkaar door. Na die acht weken kregen ze op school nog eens maandenlang één of twee keer per week extra sport of beweging aangeboden.”

“Vaten zijn net elastiekjes. Als je ze de hele zomer in de zon legt, is ook de rek eruit”

De conclusie, zegt Takken, was dat fitheid voor kinderen met een chronische ziekte heel belangrijk is voor hun cardiovasculaire gezondheid. “We hebben ook gekeken naar de zogeheten afkappunten, die best hoog liggen. Dan gaat het bijvoorbeeld om de heupomtrek. Dat is een belangrijke maat als je naar de risico’s op een verhoogde stijfheid van de vaten kijkt. Boven de 73 centimeter heb je een verhoogd risico. Maar de helft van de gezonde Nederlandse kinderen zit wat dat betreft ook al te hoog. Wat dat voor exacte consequenties heeft, is nooit goed onderzocht. Het probleem is dat je dan heel lang moet wachten, tot mensen rond de vijftig of zestig zijn. Hierover bestaan meer studies van volwassenen, vanwege het simpele feit dat je dan eerder kunt vaststellen welke problemen zich voordoen.”

Vaten, legt Takken beeldend uit, zijn net elastiekjes. “Als je ze de hele zomer in de zon legt, is ook de rek eruit. Bij het pompen van het hart zetten de vaten uit en veren ze door de elasticiteit weer terug. Als de rek eruit is, krijg je problemen. Bij deze groep van chronisch zieke kinderen zie je heel duidelijk dat ze verouderde vaten hebben.”

Vasthouden
Blijkens het onderzoek kan meer sporten en bewegen dat proces tegengaan. Maar de drempel, weet Takken, ligt voor chronisch zieke kinderen wel vaak hoger. “We zitten ze nu in bijvoorbeeld het Kinderbewegingscentrum van het WKZ wel vaak achter de broek aan. Bij de een landt het wel, bij de ander niet. Wat dat betreft zijn het net gewone mensen. Ik denk dat we nog meer het belang van voldoende bewegingsmogelijkheden voor deze groep moeten inzien. Met de interventie hebben we gekeken of ze het kunnen vasthouden als ze naar school gaan.”

“Daar bleken wel wat haken en ogen aan te zitten. Het betekent dat ze na een extra uurtje sporten pas later naar huis kunnen en dat heeft weer consequenties voor het vervoer, terwijl dat vaak via busjes is geregeld. Je merkt dat gemeenten niet altijd meewerken, dat het van ouders een andere instelling vraagt. Het aanbod van beweegmogelijkheden zou ook breder kunnen. Nu is de keuze redelijk beperkt en dat zorgt ervoor dat ouders meer kilometers moeten maken.”

“We zouden nog meer het belang van bewegen en gezond eten kunnen benadrukken”

Implementatie resultaten
Het onderzoek is nog steeds in de afrondende fase van analyseren en opschrijven van de resultaten. “En de resultaten worden geïmplementeerd in het programma van onder meer WKZ Sportief en Stichting Fitkids. Met een landelijk netwerk van zo’n 160 fysiotherapiepraktijken kunnen ze nu nog beter chronisch zieke kinderen trainen.”

Verder is er voor Takken nog een ding duidelijk. “We gaan zeker ook kijken hoe bewegen en gezond eten binnen de gezondheidszorg meer aandacht kan krijgen. Een arts heeft wat dat betreft een belangrijke functie. We bespreken vaak verschillende waarden en uitkomsten van onderzoeken. Maar we zouden nog meer het belang van bewegen en gezond eten kunnen benadrukken.”

 

Bron: Sportknowhow