Meer informatie over Artrose

Informatie bij het plaatje
Informatie over de klachten
Meer informatie over het vraaggesprek, lichamelijk onderzoek en meetinstrumenten
Meer over voorlichting en advies
Meer over oefentherapie

Informatie bij het plaatje
Atrose uitlegOp dit plaatje zie je links een gezond gewricht en rechts een gewricht met artrose. Gewrichten zijn een soort scharnieren. Het gladde kraakbeen en de vloeistof in het gewricht zorgen ervoor dat het gewricht makkelijk buigt en strekt en dat de botten goed langs elkaar glijden. Ook zorgt het kraakbeen voor het opvangen van de krachten op een gewricht (schokdemping). De gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel geven stevigheid aan het gewricht.

Artrose tast verschillende delen in en rondom het gewricht aan.
Kraakbeen: doordat (de kwaliteit van) het kraakbeen in een gewricht vermindert, komen de bot-uiteinden dichter bij elkaar. Hierdoor kan je gewricht de schokken van een beweging minder goed opvangen. Je kunt dit vergelijken met een auto met kapotte schokdempers.

Bot: als je artrose hebt, worden de botten onder je kraakbeen zwaarder belast. Het bot probeert deze grotere belasting op te vangen door wat breder te worden. Hierdoor ontstaan bot-uitsteeksels aan de rand van het bot. Deze botuitsteeksels heten osteofyten.

Gewrichtsbanden: doordat je minder kraakbeen hebt, worden je gewrichtsbanden slapper.

Spieren: als je artrose hebt, ben je geneigd om minder te bewegen. Hierdoor worden de spieren rondom het gewricht zwakker.

Als je artrose hebt, kunnen je gewrichten gaan ontsteken. Ze worden dan dikker en voelen warm aan. Waarschijnlijk wordt de ontsteking veroorzaakt door losse kraakbeen-deeltjes in de gewrichtsholte.

Al deze veranderingen in en om het gewricht kunnen leiden tot een andere stand van je gewricht of tot misvormingen. Artrose heet daarom ook wel ‘Artrosis Deformans’. Dat is Latijns voor ‘vervorming van de gewrichten’.
Terug naar hoofdpagina Artrose

Informatie over de klachten
Pijn is vaak de eerste klacht. Mensen met artrose hebben ’s ochtends vaak de meeste pijn. Ook kan de pijn ontstaan als je na rust weer gaat bewegen. Door beweging wordt de pijn meestal weer minder. Als de artrose erger wordt, kun je ook tijdens rust of ’s nachts pijn hebben.

Stijfheid van het gewricht met artrose. Dat merk je vooral in de ochtend (ochtendstijfheid) en na een periode van lang in dezelfde houding (startstijfheid). Als je in beweging komt, verdwijnt de stijfheid weer.

Spierzwakte
Door de pijn bewegen mensen met artrose vaak minder. Hierdoor worden de spieren rondom het gewricht zwakker, waardoor activiteiten meer moeite kosten. Zwakke spieren kunnen je ook een instabiel of onzeker gevoel geven bij het lopen.

Instabiliteit van de knie: bij het bewegen heb je last van doorzakken, wegschuiven of wiebelen van het kniegewricht. Dit doet pijn, waardoor je misschien minder beweegt. Hierdoor worden je spieren nog zwakker – en je knie dus nog instabieler. Zo blijft je last houden.

Krakend geluid bij bewegen: door de beschadiging van het kraakbeen kunnen je botuiteinden ten opzichte van elkaar minder makkelijk bewegen. Dit geeft soms een schurend of krakend geluid. Vervelend, maar het geluid zegt niets over de ernst van je artrose.

Minder gemakkelijk bewegen: door de veranderingen in bot, kraakbeen en banden rondom het gewricht kun je minder gemakkelijk bewegen. Het kan bijvoorbeeld lastiger worden om je schoenen aan te doen.

Ontsteking van het gewricht: in een gewricht met artrose kunnen ontstekingen ontstaan. Het gewricht doet dan pijn en het wordt warm, dik en stijf. Deze ontstekingen horen bij de artrose en betekenen niet dat je ontstekingsreuma hebt (reumatoïde artritis).

Een afwijkende stand van de knie: bij ernstige knieartrose kan de stand van je botten veranderen, waardoor je O-benen of X-benen krijgt.

Moeheid: mensen met artrose voelen zich vaak moe. Oefeningen doen kost dan bijvoorbeeld meer energie.

Moeite met activiteiten uit het dagelijks leven: door de verschillende klachten zijn dagelijkse activiteiten lastiger uit te voeren. Denk aan: hurken, gaan zitten, opstaan uit een stoel, lopen, traplopen, jezelf verzorgen, of het huishouden doen.
Terug naar hoofdpagina Artrose

Meer informatie over het vraaggesprek, lichamelijk onderzoek en meetinstrumenten
Vraaggesprek
Je therapeut vraagt naar je gezondheid, en vooral naar de klachten die je hebt van de artrose. Dit kunnen lichamelijke klachten zijn, zoals pijn, niet goed kunnen bewegen van gewrichten en het verlies van spierkracht. Je kunt ook klachten hebben in je dagelijkse functioneren. Misschien kun je minder goed meedoen met sporten of kost het je meer moeite om te werken of je huishouden te doen. Je therapeut wil graag weten wat je hoopt te bereiken met de therapie. Dit heet ook wel ‘de hulpvraag’. Kom je zonder verwijzing van een arts bij een therapeut? Dan is het mogelijk dat de therapeut, voordat de behandeling start, eerst nog wil weten wat je huisarts van je klachten vindt.

Lichamelijk onderzoek
Je fysiotherapeut kijkt of je gewricht dik is, en of het een andere kleur of een andere stand heeft (in dat geval heb je bijvoorbeeld x-benen of o-benen). Ook vraagt hij hoe het gaat met activiteiten in je dagelijks leven, zoals opstaan uit een stoel of traplopen. Vervolgens onderzoekt hij hoe je gewricht functioneert. Hij let daarbij op de beweeglijkheid van het gewricht, en de beweeglijkheid van andere gewrichten. Ook controleert hij de temperatuur van het gewricht en de gevoeligheid van je spieren. Daarnaast test hij je spierfunctie. Hij onderzoekt hoe het gesteld is met de spierkracht, het uithoudingsvermogen van de spier, de stabiliteit en de lengte van de spier. De spierfunctie is belangrijk: en goede spierfunctie helpt bij het herstellen en voorkomt dat artrose erger wordt. Indien nodig kijkt hij ook naar andere aspecten, zoals je conditie en je lichaamsgewicht. Na een operatie houdt hij in de gaten of je wond goed herstelt.

Meetinstrumenten
Meetinstrumenten kunnen zowel vragenlijsten als lichamelijke testen zijn. Met behulp van vragenlijsten wordt duidelijk(er) wat je klachten zijn en wat je zelf met de behandeling wilt bereiken. Lichamelijke testen meten wat je lichamelijk wel en niet (meer) kunt. Je kunt daarmee bijvoorbeeld je spierkracht meten. Beide testen kunnen na verloop van tijd herhaald worden. Op deze manier kan de therapeut meten of je klachten zijn afgenomen.
Terug naar hoofdpagina Artrose

Meer over voorlichting en advies
De fysiotherapeut vertelt je over:

  • Artrose en de mogelijke gevolgen
  • Het belang van bewegen en gezond leven
  • De behandeling van artrose

Soms levert een behandeling niet het gewenste resultaat op. Je blijft te veel moeite houden met je dagelijkse activiteiten. Dan is een operatie een mogelijkheid. Bij zo’n operatie vervangt de chirurg het gewricht door een prothese. Ook bij dit traject kan je fysiotherapeut je begeleiden.

Voor en na een operatie krijg je van je fysiotherapeut informatie over:

  • De operatie, de herstelperiode en hulp van buitenaf die je eventueel nodig hebt
  • Het belang van voldoende spierkracht en fitheid vóór de operatie en (andere) factoren die helpen bij het herstellen na de operatie .
  • Leefregels in de eerste tijd na de operatie. Vaak krijgt je deze leefregels ook van de orthopedisch chirurg.
    Terug naar hoofdpagina Artrose

Meer over oefentherapie
De fysiotherapeut stemt de oefentherapie af op je hulpvraag en je activiteiten in het dagelijks leven. Oefentherapie richt zich in ieder geval op:

  • Het versterken van de spieren rondom de knie (met name de bovenbeenspieren)
  • Het verbeteren van je fitheid.
  • Oefentherapie kan zich ook richten op de balans en de beweeglijkheid van het gewricht. Dit hangt af van de klachten die je hebt.

Het is erg belangrijk dat je de oefeningen meerdere dagen per week doet, het liefst iedere dag. Is de behandeling afgelopen? Ga dan door met de oefeningen. Als je stopt, kunnen de klachten weer toenemen.
Terug naar hoofdpagina Artrose